Je kunt de uitgestrektheid van de VS pas echt begrijpen als je er dwars doorheen rijdt, van kust tot kust. Mijn broer en ik hebben de reis meer dan tien jaar geleden gemaakt. We hadden geen hotels geboekt en alleen de flauwste plannen. We hadden wel een grote kaart, een boek over de nationale parken en een auto vol met alles wat ik bezat. Elke dag werden we wakker, kozen een punt op de kaart en probeerden de wegen te vinden om daar te komen. We klommen op ranger rock in Yosemite, verbleven in de meest afgeleefde hotelkamer ooit in Vegas totdat we in Amarillo in een nog afgeleefdere verbleven, zagen grotwoningen in de regen, raakten bijna gevangen in een sneeuwstorm in de San Juan bergen en vielen bijna in de Grand Canyon, zagen vallend water en de Willis-toren, klommen de grote zandduinen op, zagen een wedstrijd in Wrigley. De beste delen waren plaatsen waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden. En nu zie ik elke keer als ik een kaart van de VS zie onze route kronkelen door het hart van het land. Wanneer je eindelijk het land doorkruist, voel je een gevoel van voldoening en je kunt niet anders dan het gevoel hebben dat je deze plek beter kent. Als je het nog nooit gedaan hebt, moet je het doen. Je moet het snel doen. Er is nog steeds avontuur daarbuiten. Er was een stuk in de graslanden van Texas of Oklahoma waar de weg zo ver en recht was als je je maar kon voorstellen. Met een blauwe lucht en hoog gras aan beide zijden. Raam open en radio aan. Probeer die plek te vinden als je kunt.